Mijn eerste Rode Wauw

Hier gaat nu een reeks volgen van ‘eerste soorten.’ Dit kan een bijzondere soort zijn of een bijzonder verhaal.

Ik wil beginnen met mijn eerste Rode Wouw. De euforie die ik toen voelde, niet te beschrijven. Meerendeels toe te wijten aan het feit dat ik nog niet wist hoe zeldzaam een Rode Wouw was, ik hem soortvan zelfontdekte en mijn biologieleraar ook compleet uit z’n dak ging.

Het was een mooie meidag en met een drietal waren we op weg naar het Lauwersmeer. Het Lauwersmeer is zo’n beetje ons vaste vogelhonk geworden. In het Noorden zo’n beetje de vogelspot voor zeldzaamheden en het bevat veel verschillende habitats. We hebben een vast rondje dat begint bij het Jaap Deensgat. Daarna langs het activiteitencentrum door naar de haven van Lauwersoog. De sluizen dan checken en langs de B-weg de Bantpolder doorgrondig checken. Dan de Ezumakeeg, eerst links en dan naar de vogelkijkhut. Afhankelijk van de tijd sluiten we af bij de Pomp, maar meestal moeten wij ‘s middags alle drie weer aan het werk.

Ook dit keer waren we dus ook op weg. Na een niet heel spannende dag verder, maar toch wel veel steltjes waren we dus al gauw op weg naar de Keeg. In de afslag vloog er een Sperwer voor de auto langs, dus we stonden al stil. De Sperwer ging in de boom zitten, dus we stapten uit om een beter zicht te krijgen. Er waren ook nog genoeg ganzen in de buurt, dus die ging ik even onder de loep leggen. In mijn ooghoek kwam ineens een ‘Buizerd’ binnenzeilen en net op dat moment zit Peter hem ook. Peter attendeert meneer Van Brunschot erop en Peter en ik noemen kenmerken op die voor ons niet echt passen op Buizerd. ‘Is het geen Wouw?’ vraagt meneer aan ons. ‘Ja… ja .. ja, dat moet wel!’ Ik zie het nu ook. ‘Een Rode of niet?!’ De vogel komt steeds dichterbij gevlogen en passeert ons bijna loodrecht. Met gebogen ruggen staan we te kijken en weten het nu zeker. ‘EEN RODE WOUW!!!’ Meneer Van Brunschot begint spontaan een vreugdedansje te doen en ik begin mee te schreeuwen. ‘WAUW!’ Het was een prachtige vogel, mooi scherp wouwengezicht en en zeer duidelijke V-staart. Nadat de vogel weg is, stappen we weer in.

(Destijds nog niet gehoord van waarneming.nl heb ik de waarneming niet doorgegeven. Ik hoop dat andere mensen deze vogel alsnog hebben kunnen zien, want het was een prachtexemplaar.)

Gezien de tijd zouden we nu eigenlijk de Keeg over moeten slaan en naar huis moeten. De adrenaline zit alleen zo hoog; het kan nu niet meer missen dat er in de Keeg nog wat spannende vogels zitten is onze veronderstelling. Dus de vogeldag is nog niet afgelopen.

Ik heb na deze ene keer nog Rode Wouwen op de Jongerendag van Sovon gezien en in Luxemburg ook vele exemplaren. Ik heb altijd het gevoel dat nadat je een soort 1 keer hebt gezien, er een soort rem van deze soort wordt afgehaald en je hem ineens veel vaker zit.

Mijn eerste Rode Wouw.

Kerkuilkasten timmeren

Deel 2 van het ‘eerbetoon.’

Het is de tweede afspraak van onze MAS met De Jong. We gaan vandaag Kerkuilnestkasten produceren. Hiervoor reizen we af naar een werkplaats in Grou. Johan komt ons weer ophalen met zijn auto. De auto zit vol met stickers van bepaalde werkgroepen en projecten. Het zijn wel een 50tal stickers, schat ik zo. Ik verwonder mij over het feit, dat meneer De Jong waarschijnlijk al heel veel heeft meegemaakt.

Aangekomen in Grou ontmoetten we drie andere vrijwilligers die ook gaan helpen. De bedoeling is om planken op maat te zagen, te schuren en in te pakken, dat een kant-en-klare nestkast ontstaat, die ter plekke (lees bij de boer) in elkaar geschroefd kan worden. Om 10 uur beginnen we. Het werk gaat vlot door en ondertussen maak ik een praatje met één van de andere vrijwilligers. Hij zit in Grou bij de Vogelwacht en kent Johan van vergaderingen ism de Kerkuilenvereniging. Een erg aardige man en ook al lang in het vak.

De tweede man heeft nog niet veel gezegd en bekijkt Peter en mij met een argwanend oog. Na een tijdje vraagt hij Johan naar ons. ” Wat doen deze jongens hier? ” Johan verteld dat wij MAS bij hem lopen. De man vindt dit nogal dubbel. “Ja en daarna zijn ze vast weer gewieberd, nadat ze hun punten binnenhebben.” Johan kijkt ons beiden even aan en knikt geruststellend. “Neehoor, volgens mij zijn dit wel blijvers.”

 

Helaas hebben we onze MAS niet kunnen voltooien. Meneer de Jong kreeg kanker en raakte uit de running. Hij kwam nog een laatste keer op school om te tekenen, maar daar hield het mee op. Ik heb al die tijd nog contact met hem gehouden en hem ook genomineerd voor de Gouden Lepelaar. Deze had hij al gewonnen in 1995, dus hij mocht hem niet nog eens in ontvangst nemen helaas. 

Na een anderhalf jaar is Johan de Jong weer helemaal beter en heeft zijn beschermingswerk weer opgepakt.
Vandaag zag ik hem even kort weer bij de Fûgelhelling en het doet mij goed hem weer fit te zien.

En hiermee sluit ik mijn eerbetoon aan Johan de Jong af. De geschiedenis heeft bewezen dat Johan een echte mensenkenner is, want hier zit ik te schrijven over vogels en vogelen. Ik ben inderdaad een blijver. Zoals Johan vroeger.

Meneer De Jong, als u dit leest: bedankt voor het vertrouwen en de leuke tijd! Het ga u goed!

Bosuilen in het donker

Deel 1.
Bedoeld als eerbetoon aan de grote voelbeschermer in hart en nieren: Johan de Jong. Een zeer inspirerende man die alles heeft opgeofferd en inzet voor de bescherming van zijn geliefde uilen. In zijn jonge jaren als oprichter van Kerkuilenvereniging Nederland en zelfs nu nog 20 jaar na zijn pensioen is hij nog steeds volop actief, met onderzoek  naar hectometerpaaltjes en kinderen zoals ik begeleiden met stage.
Mijn eerste ontmoeting met Johan de Jong was twee jaar geleden.

Ik zat toen in VWO 4 en het was tijd voor een maatschappelijk stage. MAS heet dat.
Nu had ik via mijn moeder gehoord, dat bij de Kerkuilenvereniging je ook een stage kon lopen. Het feit was dat Johan de Jong, voorzitter van de vereniging, vlakbij Drachten woont, in Ureterp namelijk.

Dus ik een mail sturen of dit kon en toen ging het balletje rollen. Afspraken werden gemaakt en van de 20 uur die stage gelopen moesten worden, zouden we, ik deed de stage samen met een klasgenoot, de eerste uren besteden aan het lokaliseren van Bosuilen in Beetsterzwaag.
Met de auto werden we opgehaald door Johan en in Beetsterzwaag zouden we Frank van der Haak oppikken als versterkende troepenmacht. Gewapend met een cassetterecorder vertrokken we te voet vanaf het huis van Frank.

Het was laatste kwartier, dus we hadden nog enig maanlicht. Gelukkig hadden we wel een heldere nacht, dat zou het bekijken van de Bosuilen toch wel een stuk bevorderen. Nu alleen nog Bosuilen vinden!

Dit bleek alleen een probleem. Frank had een paar avonden van te voren al gecheckt en er werd volop geroepen. Nu was het de afgelopen nacht en ook deze erg stormachtig weer geweest en ik heb al eerder ondervonden dat het roepen van Bosuilen hiermee ook afneemt. Er is geen tijd voor gedoe, er moet eten op de plank komen.

Na een halfuur was er eindelijk geroep. Ver weg. Ik maande iedereen tot stilte en Johan hoorde het ook. Kiewiek. En nog een keer. Toen wist ik nog niet veel van Bosuilen, dus Johan attendeerde ons erop dat dit de roep was van een vrouwtjesuil. We schatten de locatie van de vogel en probeerden die richting op te lopen. De vogel zat ongeveer 500 meter verderop. Alleen het bleef stil. Peter en Frank hadden op het begin al niks gehoord.

Dus dat was één uil, alleen het beloofde niet veel goeds. Na anderhalf uur het bos doorzoeken, viel mij op dat de cassetterecorder ook niet erg luid stond. De bedoeling van dit ding was om de zeer territoriale Bosuilen uit te lokken om te gaan roepen. Om dit te bereiken speelde de cassetterecorder een bandje af met daarop roepende Bosuilen. Het probleem was dat het ding nogal verouderd was en de boxen niet erg luid meer konden. Het enige wat dus echt goed hoorbaar was, was het klikken van het playknopje zodra het bandje was afgelopen. Een luid TIK klonk om de twee minuten. Het uilengeroep leek helaas meer op een gefluister, dan een luid roepende Bosuil en dat was niet de bedoeling.

Na twee en een halfuur hadden we nog steeds geen uilen gehoord en gezien. We kwamen aan het einde van onze ronde, langs de golfbaan, toen m’n klasgenoot en ik ineens een geluid hoorden. Het was geen Bosuil, in de verste verte niet. Wat bleek, hoge nood bij onze begeleider dwongen hem om de naastgelegen sloot te gebruiken als uitvlucht. Na deze korte pauze liepen naar het laatste kruispunt van de tocht toe.

Ja! Daar! Op deze hoek! Oehoe…Oehoeoeoeoeoe. Een duidelijk roepend mannetje Bosuil riep ons tegemoet. Wat mij altijd doet glimlachen is dat het net klinkt of de uil op het eind van zijn roep zichzelf schrikt, door de triller die hij erin stopt. We naderden voorzichtig de uil om hem misschien te zien te krijgen. Dit was wel wat hopeloos, want het was wel heel donker geworden. Ineens verplaatste het geluid zich. De andere hoek van de kruising, daar zat de uil nu. Frank had m zien vliegen. En daar vloog de uil weer, wat lager dan de vorige keer. Alle vier zagen we hem nu. Voor een derde keer kwam de uil aanzeilen. Nog lager dit keer. “Het lijkt of hij de cassetterecorder wil aanvallen,” zei Johan. En jahoor, een vierde duik volgde. De uil kwam dit keer zo laag, dat wij alle vier bukten op de grond.

Na een vijfde aanval van de Bosuil lagen Peter en ik op de grond. Johan was wel wat gewend van Oeraluilen in Polen, maar drukte snel de cassetterecorder uit. “Ik heb ooit eens jongen van de Oeraluil geringd. Toen moest ik een helm op, want de moeder viel mij dan aan op het achterhoofd,”verteld hij. Na dit spannende avontuur horen we in de verte nog een vrouwtje en twee mannetjes.

We nemen afscheid van Frank bij zijn huis en rijden terug naar Drachten. Volgende afspraak: Kerkuilnestkasten timmeren. Ik keek er al naar uit.

Tuinvogelen

Hier is Zorra.

Hier is Zorra.

Toen ik gisteren mijn tas had meegegeven aan iemand die ik pas later op de dag weer zou zien en dus geen sleutels en mobiel bij mij had en daarom dus voor een dichte deur stond, ben ik op het vensterbankje in de voortuin gaan zitten wachten op verlossing.
Wat mij toen weer opviel, zoals wel vaker als ik wat langer in de tuin zit/kijk, was dat er ineens overal vogels bleken te zitten. Ik vroeg me toen af of de relatie tussen stille menselijke aanwezigheid ook gerelateerd kon zijn aan het feit dat er ineens mee vogels dan ‘normaal’ zaten. Zorra, onze leucistische vrouwtjesmerel die dus een soort Zorrobril van witte veren opheeft, kwam ineens uit de bosjes te voorschijn. Met een schuin oog bleef ze me aanstaren, maar ging rustig door met foerageren. Vanaf de overkant kwamen Pimpelmezen en een Zwarte Kraai vloog over. En ze kwamen steeds dichterbij was mijn gevoel. Zingende Spreeuwen aan de overkant van de straat, en een roffelende Grote Bonte Specht.

Na een zit van een half uur vond ik het wel best en ging ik zelf de verlossing (lees huissteutels) maar opzoeken. Ook in de stad is vogels kijken interessant. De soorten zijn misschien niet spectaculair, maar het dagelijkse gedrag is minstens zo spannend.

Zelfs in de stad.