Signing off

Hello readers,

Well, where to start. As you notice I am posting this in English. Emails have reached me of my fellow LCG players starting to follow my blog. As a matter of fact, the second most visiters of my blog are from the US, which was quite great to read. If that was out of politeness, because I follow their blogs, or because they just wanted to read some jiberrish Dutch posts about birds for Morgoth’s sake, I don’t know. But, they made me feel obliged to post something. I won’t post anything more on this blog as I had some negative feedback and deemed it wiser to read more than to post. As some sort of ‘singing off’ I will post one last time here.

So, what will this post feature:

An announcement. I will probably start an LCG blog. Details have still to be figured out and filled in, but ever since I entered the LCG community, I felt that I wanted to be more part of it, make content instead of only consume. Thereby I take any advises on how to ‘design’ (tips about the lay-out) my new blog! I would really love for people to post some tips and tricks about that, maybe they have experience. Also, any names I should give my blog are taken in for thought. Some connection to Gandalf or Saruman would be cool or some other epic moment->name names would be great too.

To take this back to the name of this blog, DiedertBirding, which I actually came up with because one of the most significant journals of the Netherlands is called Dutch Birding or short DB, so my blog would have the same DB. 😉 Funny eh…

At the moment I am counting my total again, but last time I checked, my total numbers of species were 245. So I am almost at the 250 equator. For those who are not related with the world of birding, once I reach 300 species for the Netherlands, I’m in. Then I participate in the higher societies of the Dutch birders.

Anyhow, thanks for reading this and I hope you fare well on your daily duties.

May your days be, not without sorrow or grief, not always with happiness or joy, but may your days be as live brings them to you so that you will think at the end: “I have lived”.

Thank you

3 nieuwe soorten op 1 m2 2.0

Ik heb al eens eerder meegemaakt dat ik 3 nieuwe soorten had op 1 m2. Waarschijnlijk niet exact 1 m2, maar de dichterlijke vrijheid in de overlevering heeft dit zo doen overkomen.

De tweede keer dat ik dit meemaakte was op mijn eerste vogelkamp met de JNM op Vlieland. (VLIE III) De week liep al ten einde en volgens mij was het de donderdag dat we net met onze excursie vertrokken en het dorp uitfietsten dat Jillis werd gebeld door Wouter dat ze een Sperwergrasmus hadden gevonden op de Westerveldjes. Nieuwe soort, FIETSEN! Na ongeveer vijf minuten waren wij ook ter plaatse en kregen we te horen dat de vogel in een bosje was gaan zitten. Een plan werd opgesteld en het bosje werd omsingeld zodat iedereen van verschillende kanten kon proberen om de vogel te ontdekken. Na een tijdje werd de hoop opgegeven totdat er iemand begonnen te roepen en er een forse Sperwergrasmus uit de bosjes vloog. Dat was de eerste nieuwe soort van de dag en nadat iedereen de vogel had ingevoerd, begon Lonnie te roepen: Draaihals!

Iedereen rennen over het veldje, want er waren inmiddels meer mensen op de Sperwergrasmus-melding afgekomen. In een klein alleenstaand bosje kon er een Draaihals worden ontwaard. Nadat vele mensen waren verzameld, werd het de Draaihals te heet onder de voeten en vloog op en verdween aan de andere kant ergens in het bos. Tijdens het bekijken van de Draaihals, zei Wouter: ‘Saai… Ik ga even de kwikken checken.’ Op de veldjes waren namelijk een aantal Gele en Witte Kwikstaarten verzameld. Na een tijdje belde Wouter naar Jillis. “Kun jullie eens komen, ik heb hier een rare kwik..” Telefoon werd gelijk opgehangen en iedereen haastte zich naar Wouter. Nadat enkelen hem gezien hadden, werd het vermoeden bevestigd: Citroenkwikstaart!! Wat een gave soort! ‘Helaas’ was het een 1ste kalenderjaar-vogel… 😉

Weer drie nieuwe soorten op een heel klein gebiedje en qua soorten een 2.0 vergeleken met de vorige!

Drie nieuwe soorten op 1 m2

Drie nieuwe soorten op één vierkante meter.

Het was weer zover, een vogeldagje! Een keer niet naar de Lauwersmeer, want ik wou wel eens wat nieuwe soorten zien, dus geen Veldleeuwerik en Grote Bonte Specht, maar Boomleeuwerik en Zwarte Specht. Dus naar de Kale Duinen en daarna naar het Fochteloërveen. Samen met klasgenoot Peter, moeders, biologieleraar en mijzelf in de auto. Op de Kale Duinen zag ik mijn eerste Boomleeuwerik en Boompieper. Ook mijn eerste Geoorde Futen. Die broeden al een aantal jaren op de plas vlakbij de uitkijktoren. Verder nog wat Kneuen en Putters, maar niet veel spectaculairs.

Het begon pas spannend te worden bij het Fochteloërveen. Kiekendief! Ja, maar wat voor één… Het was een Bruine Kiekendief, mannetje. Leuk begin. Via het bos zijn we naar de uitkijktoren gelopen, hopend op de Kraanvogels die hier, welbekend, broeden en op doortrek aanwezig zijn. Helaas waren de Kranen net gevlogen naar een ander deel van het gebied, ergens vlakbij Ravenswoud. Hier hoorden we wel leuke bosvogels, zoals Boomklever en Zwarte Mees.

De zoektocht ging voort naar het Ravennest en de Kraanvogels. We hadden gehoord dat er in Ravenswoud (hoe toepasselijk) een Ravenpaar broedde, dus daar zouden we even gaan kijken. Aangekomen in de bocht zetten we de auto neer en liepen naar het nest. Er lagen wat takken in een boom en dat moest het nest zijn. Een tijd turen totdat, jaa! een staart uit het nest! Mijn eerste Raaf ook binnen. Biologieleraar pakte de geluidsrecorder erbij om te kijken of de oudervogels ook zich nog wilden laten zien. Geduld bleek een schone zaak te zijn, alhoewel we geen vogels meer zagen. Of? Wat horen we daar? Een diep korrr komt uit het bos aan de overkant van de weg. Vlak daarna een hoger kraauw en we horen iets wegvliegen. Helaas.. Dat worden geen oudervogels. Als we bijna in de auto stappen horen we ineens een trompetgeluid. Kraanvogels! Aan de horizon zien we een stuk of 15 vogels wegvliegen. Zonder het geluid hadden we ze waarschijnlijk niet opgemerkt. En wat een prachtig geluid ook! Ik kijk nog even om me heen, we zijn nog steeds op hetzelfde vierkante metertje aan het vogelen, en jahoor! een Zwarte Specht! Hij komt aanvliegen en landt op een boom vlakbij. Hij zit mooi in beeld en we zetten de telescoop erop. Wat een prachtkleuren! Ook zie je duidelijk het rood doorlopen over het hoofd, een mannetje dus! In de berk ontdekken we een gat. Ook vliegt de specht na een tijdje stil te zitten niet weg, maar begint met zijn kop om de boom heen te kijken. We liepen een stukje verder en ontwaarden nog een Zwarte Specht aan de andere kant; een vrouwtje. De vogels spelen een soort kiekeboespel wat kleine kinderen en hun ouders ook wel spelen op de boom, wat typische balts blijkt te zijn. Na 10 minuten laten we de vogels maar met rust en sluipen terug naar de auto.

We besluiten om nu naar de Kale Duinen te rijden en dat betekent het einde van dit verhaal.

Mijn eerste Rode Wauw

Hier gaat nu een reeks volgen van ‘eerste soorten.’ Dit kan een bijzondere soort zijn of een bijzonder verhaal.

Ik wil beginnen met mijn eerste Rode Wouw. De euforie die ik toen voelde, niet te beschrijven. Meerendeels toe te wijten aan het feit dat ik nog niet wist hoe zeldzaam een Rode Wouw was, ik hem soortvan zelfontdekte en mijn biologieleraar ook compleet uit z’n dak ging.

Het was een mooie meidag en met een drietal waren we op weg naar het Lauwersmeer. Het Lauwersmeer is zo’n beetje ons vaste vogelhonk geworden. In het Noorden zo’n beetje de vogelspot voor zeldzaamheden en het bevat veel verschillende habitats. We hebben een vast rondje dat begint bij het Jaap Deensgat. Daarna langs het activiteitencentrum door naar de haven van Lauwersoog. De sluizen dan checken en langs de B-weg de Bantpolder doorgrondig checken. Dan de Ezumakeeg, eerst links en dan naar de vogelkijkhut. Afhankelijk van de tijd sluiten we af bij de Pomp, maar meestal moeten wij ‘s middags alle drie weer aan het werk.

Ook dit keer waren we dus ook op weg. Na een niet heel spannende dag verder, maar toch wel veel steltjes waren we dus al gauw op weg naar de Keeg. In de afslag vloog er een Sperwer voor de auto langs, dus we stonden al stil. De Sperwer ging in de boom zitten, dus we stapten uit om een beter zicht te krijgen. Er waren ook nog genoeg ganzen in de buurt, dus die ging ik even onder de loep leggen. In mijn ooghoek kwam ineens een ‘Buizerd’ binnenzeilen en net op dat moment zit Peter hem ook. Peter attendeert meneer Van Brunschot erop en Peter en ik noemen kenmerken op die voor ons niet echt passen op Buizerd. ‘Is het geen Wouw?’ vraagt meneer aan ons. ‘Ja… ja .. ja, dat moet wel!’ Ik zie het nu ook. ‘Een Rode of niet?!’ De vogel komt steeds dichterbij gevlogen en passeert ons bijna loodrecht. Met gebogen ruggen staan we te kijken en weten het nu zeker. ‘EEN RODE WOUW!!!’ Meneer Van Brunschot begint spontaan een vreugdedansje te doen en ik begin mee te schreeuwen. ‘WAUW!’ Het was een prachtige vogel, mooi scherp wouwengezicht en en zeer duidelijke V-staart. Nadat de vogel weg is, stappen we weer in.

(Destijds nog niet gehoord van waarneming.nl heb ik de waarneming niet doorgegeven. Ik hoop dat andere mensen deze vogel alsnog hebben kunnen zien, want het was een prachtexemplaar.)

Gezien de tijd zouden we nu eigenlijk de Keeg over moeten slaan en naar huis moeten. De adrenaline zit alleen zo hoog; het kan nu niet meer missen dat er in de Keeg nog wat spannende vogels zitten is onze veronderstelling. Dus de vogeldag is nog niet afgelopen.

Ik heb na deze ene keer nog Rode Wouwen op de Jongerendag van Sovon gezien en in Luxemburg ook vele exemplaren. Ik heb altijd het gevoel dat nadat je een soort 1 keer hebt gezien, er een soort rem van deze soort wordt afgehaald en je hem ineens veel vaker zit.

Mijn eerste Rode Wouw.

Kerkuilkasten timmeren

Deel 2 van het ‘eerbetoon.’

Het is de tweede afspraak van onze MAS met De Jong. We gaan vandaag Kerkuilnestkasten produceren. Hiervoor reizen we af naar een werkplaats in Grou. Johan komt ons weer ophalen met zijn auto. De auto zit vol met stickers van bepaalde werkgroepen en projecten. Het zijn wel een 50tal stickers, schat ik zo. Ik verwonder mij over het feit, dat meneer De Jong waarschijnlijk al heel veel heeft meegemaakt.

Aangekomen in Grou ontmoetten we drie andere vrijwilligers die ook gaan helpen. De bedoeling is om planken op maat te zagen, te schuren en in te pakken, dat een kant-en-klare nestkast ontstaat, die ter plekke (lees bij de boer) in elkaar geschroefd kan worden. Om 10 uur beginnen we. Het werk gaat vlot door en ondertussen maak ik een praatje met één van de andere vrijwilligers. Hij zit in Grou bij de Vogelwacht en kent Johan van vergaderingen ism de Kerkuilenvereniging. Een erg aardige man en ook al lang in het vak.

De tweede man heeft nog niet veel gezegd en bekijkt Peter en mij met een argwanend oog. Na een tijdje vraagt hij Johan naar ons. ” Wat doen deze jongens hier? ” Johan verteld dat wij MAS bij hem lopen. De man vindt dit nogal dubbel. “Ja en daarna zijn ze vast weer gewieberd, nadat ze hun punten binnenhebben.” Johan kijkt ons beiden even aan en knikt geruststellend. “Neehoor, volgens mij zijn dit wel blijvers.”

 

Helaas hebben we onze MAS niet kunnen voltooien. Meneer de Jong kreeg kanker en raakte uit de running. Hij kwam nog een laatste keer op school om te tekenen, maar daar hield het mee op. Ik heb al die tijd nog contact met hem gehouden en hem ook genomineerd voor de Gouden Lepelaar. Deze had hij al gewonnen in 1995, dus hij mocht hem niet nog eens in ontvangst nemen helaas. 

Na een anderhalf jaar is Johan de Jong weer helemaal beter en heeft zijn beschermingswerk weer opgepakt.
Vandaag zag ik hem even kort weer bij de Fûgelhelling en het doet mij goed hem weer fit te zien.

En hiermee sluit ik mijn eerbetoon aan Johan de Jong af. De geschiedenis heeft bewezen dat Johan een echte mensenkenner is, want hier zit ik te schrijven over vogels en vogelen. Ik ben inderdaad een blijver. Zoals Johan vroeger.

Meneer De Jong, als u dit leest: bedankt voor het vertrouwen en de leuke tijd! Het ga u goed!

Bosuilen in het donker

Deel 1.
Bedoeld als eerbetoon aan de grote voelbeschermer in hart en nieren: Johan de Jong. Een zeer inspirerende man die alles heeft opgeofferd en inzet voor de bescherming van zijn geliefde uilen. In zijn jonge jaren als oprichter van Kerkuilenvereniging Nederland en zelfs nu nog 20 jaar na zijn pensioen is hij nog steeds volop actief, met onderzoek  naar hectometerpaaltjes en kinderen zoals ik begeleiden met stage.
Mijn eerste ontmoeting met Johan de Jong was twee jaar geleden.

Ik zat toen in VWO 4 en het was tijd voor een maatschappelijk stage. MAS heet dat.
Nu had ik via mijn moeder gehoord, dat bij de Kerkuilenvereniging je ook een stage kon lopen. Het feit was dat Johan de Jong, voorzitter van de vereniging, vlakbij Drachten woont, in Ureterp namelijk.

Dus ik een mail sturen of dit kon en toen ging het balletje rollen. Afspraken werden gemaakt en van de 20 uur die stage gelopen moesten worden, zouden we, ik deed de stage samen met een klasgenoot, de eerste uren besteden aan het lokaliseren van Bosuilen in Beetsterzwaag.
Met de auto werden we opgehaald door Johan en in Beetsterzwaag zouden we Frank van der Haak oppikken als versterkende troepenmacht. Gewapend met een cassetterecorder vertrokken we te voet vanaf het huis van Frank.

Het was laatste kwartier, dus we hadden nog enig maanlicht. Gelukkig hadden we wel een heldere nacht, dat zou het bekijken van de Bosuilen toch wel een stuk bevorderen. Nu alleen nog Bosuilen vinden!

Dit bleek alleen een probleem. Frank had een paar avonden van te voren al gecheckt en er werd volop geroepen. Nu was het de afgelopen nacht en ook deze erg stormachtig weer geweest en ik heb al eerder ondervonden dat het roepen van Bosuilen hiermee ook afneemt. Er is geen tijd voor gedoe, er moet eten op de plank komen.

Na een halfuur was er eindelijk geroep. Ver weg. Ik maande iedereen tot stilte en Johan hoorde het ook. Kiewiek. En nog een keer. Toen wist ik nog niet veel van Bosuilen, dus Johan attendeerde ons erop dat dit de roep was van een vrouwtjesuil. We schatten de locatie van de vogel en probeerden die richting op te lopen. De vogel zat ongeveer 500 meter verderop. Alleen het bleef stil. Peter en Frank hadden op het begin al niks gehoord.

Dus dat was één uil, alleen het beloofde niet veel goeds. Na anderhalf uur het bos doorzoeken, viel mij op dat de cassetterecorder ook niet erg luid stond. De bedoeling van dit ding was om de zeer territoriale Bosuilen uit te lokken om te gaan roepen. Om dit te bereiken speelde de cassetterecorder een bandje af met daarop roepende Bosuilen. Het probleem was dat het ding nogal verouderd was en de boxen niet erg luid meer konden. Het enige wat dus echt goed hoorbaar was, was het klikken van het playknopje zodra het bandje was afgelopen. Een luid TIK klonk om de twee minuten. Het uilengeroep leek helaas meer op een gefluister, dan een luid roepende Bosuil en dat was niet de bedoeling.

Na twee en een halfuur hadden we nog steeds geen uilen gehoord en gezien. We kwamen aan het einde van onze ronde, langs de golfbaan, toen m’n klasgenoot en ik ineens een geluid hoorden. Het was geen Bosuil, in de verste verte niet. Wat bleek, hoge nood bij onze begeleider dwongen hem om de naastgelegen sloot te gebruiken als uitvlucht. Na deze korte pauze liepen naar het laatste kruispunt van de tocht toe.

Ja! Daar! Op deze hoek! Oehoe…Oehoeoeoeoeoe. Een duidelijk roepend mannetje Bosuil riep ons tegemoet. Wat mij altijd doet glimlachen is dat het net klinkt of de uil op het eind van zijn roep zichzelf schrikt, door de triller die hij erin stopt. We naderden voorzichtig de uil om hem misschien te zien te krijgen. Dit was wel wat hopeloos, want het was wel heel donker geworden. Ineens verplaatste het geluid zich. De andere hoek van de kruising, daar zat de uil nu. Frank had m zien vliegen. En daar vloog de uil weer, wat lager dan de vorige keer. Alle vier zagen we hem nu. Voor een derde keer kwam de uil aanzeilen. Nog lager dit keer. “Het lijkt of hij de cassetterecorder wil aanvallen,” zei Johan. En jahoor, een vierde duik volgde. De uil kwam dit keer zo laag, dat wij alle vier bukten op de grond.

Na een vijfde aanval van de Bosuil lagen Peter en ik op de grond. Johan was wel wat gewend van Oeraluilen in Polen, maar drukte snel de cassetterecorder uit. “Ik heb ooit eens jongen van de Oeraluil geringd. Toen moest ik een helm op, want de moeder viel mij dan aan op het achterhoofd,”verteld hij. Na dit spannende avontuur horen we in de verte nog een vrouwtje en twee mannetjes.

We nemen afscheid van Frank bij zijn huis en rijden terug naar Drachten. Volgende afspraak: Kerkuilnestkasten timmeren. Ik keek er al naar uit.