Bosuilen in het donker

Deel 1.
Bedoeld als eerbetoon aan de grote voelbeschermer in hart en nieren: Johan de Jong. Een zeer inspirerende man die alles heeft opgeofferd en inzet voor de bescherming van zijn geliefde uilen. In zijn jonge jaren als oprichter van Kerkuilenvereniging Nederland en zelfs nu nog 20 jaar na zijn pensioen is hij nog steeds volop actief, met onderzoek  naar hectometerpaaltjes en kinderen zoals ik begeleiden met stage.
Mijn eerste ontmoeting met Johan de Jong was twee jaar geleden.

Ik zat toen in VWO 4 en het was tijd voor een maatschappelijk stage. MAS heet dat.
Nu had ik via mijn moeder gehoord, dat bij de Kerkuilenvereniging je ook een stage kon lopen. Het feit was dat Johan de Jong, voorzitter van de vereniging, vlakbij Drachten woont, in Ureterp namelijk.

Dus ik een mail sturen of dit kon en toen ging het balletje rollen. Afspraken werden gemaakt en van de 20 uur die stage gelopen moesten worden, zouden we, ik deed de stage samen met een klasgenoot, de eerste uren besteden aan het lokaliseren van Bosuilen in Beetsterzwaag.
Met de auto werden we opgehaald door Johan en in Beetsterzwaag zouden we Frank van der Haak oppikken als versterkende troepenmacht. Gewapend met een cassetterecorder vertrokken we te voet vanaf het huis van Frank.

Het was laatste kwartier, dus we hadden nog enig maanlicht. Gelukkig hadden we wel een heldere nacht, dat zou het bekijken van de Bosuilen toch wel een stuk bevorderen. Nu alleen nog Bosuilen vinden!

Dit bleek alleen een probleem. Frank had een paar avonden van te voren al gecheckt en er werd volop geroepen. Nu was het de afgelopen nacht en ook deze erg stormachtig weer geweest en ik heb al eerder ondervonden dat het roepen van Bosuilen hiermee ook afneemt. Er is geen tijd voor gedoe, er moet eten op de plank komen.

Na een halfuur was er eindelijk geroep. Ver weg. Ik maande iedereen tot stilte en Johan hoorde het ook. Kiewiek. En nog een keer. Toen wist ik nog niet veel van Bosuilen, dus Johan attendeerde ons erop dat dit de roep was van een vrouwtjesuil. We schatten de locatie van de vogel en probeerden die richting op te lopen. De vogel zat ongeveer 500 meter verderop. Alleen het bleef stil. Peter en Frank hadden op het begin al niks gehoord.

Dus dat was één uil, alleen het beloofde niet veel goeds. Na anderhalf uur het bos doorzoeken, viel mij op dat de cassetterecorder ook niet erg luid stond. De bedoeling van dit ding was om de zeer territoriale Bosuilen uit te lokken om te gaan roepen. Om dit te bereiken speelde de cassetterecorder een bandje af met daarop roepende Bosuilen. Het probleem was dat het ding nogal verouderd was en de boxen niet erg luid meer konden. Het enige wat dus echt goed hoorbaar was, was het klikken van het playknopje zodra het bandje was afgelopen. Een luid TIK klonk om de twee minuten. Het uilengeroep leek helaas meer op een gefluister, dan een luid roepende Bosuil en dat was niet de bedoeling.

Na twee en een halfuur hadden we nog steeds geen uilen gehoord en gezien. We kwamen aan het einde van onze ronde, langs de golfbaan, toen m’n klasgenoot en ik ineens een geluid hoorden. Het was geen Bosuil, in de verste verte niet. Wat bleek, hoge nood bij onze begeleider dwongen hem om de naastgelegen sloot te gebruiken als uitvlucht. Na deze korte pauze liepen naar het laatste kruispunt van de tocht toe.

Ja! Daar! Op deze hoek! Oehoe…Oehoeoeoeoeoe. Een duidelijk roepend mannetje Bosuil riep ons tegemoet. Wat mij altijd doet glimlachen is dat het net klinkt of de uil op het eind van zijn roep zichzelf schrikt, door de triller die hij erin stopt. We naderden voorzichtig de uil om hem misschien te zien te krijgen. Dit was wel wat hopeloos, want het was wel heel donker geworden. Ineens verplaatste het geluid zich. De andere hoek van de kruising, daar zat de uil nu. Frank had m zien vliegen. En daar vloog de uil weer, wat lager dan de vorige keer. Alle vier zagen we hem nu. Voor een derde keer kwam de uil aanzeilen. Nog lager dit keer. “Het lijkt of hij de cassetterecorder wil aanvallen,” zei Johan. En jahoor, een vierde duik volgde. De uil kwam dit keer zo laag, dat wij alle vier bukten op de grond.

Na een vijfde aanval van de Bosuil lagen Peter en ik op de grond. Johan was wel wat gewend van Oeraluilen in Polen, maar drukte snel de cassetterecorder uit. “Ik heb ooit eens jongen van de Oeraluil geringd. Toen moest ik een helm op, want de moeder viel mij dan aan op het achterhoofd,”verteld hij. Na dit spannende avontuur horen we in de verte nog een vrouwtje en twee mannetjes.

We nemen afscheid van Frank bij zijn huis en rijden terug naar Drachten. Volgende afspraak: Kerkuilnestkasten timmeren. Ik keek er al naar uit.

Advertisements

Tuinvogelen

Hier is Zorra.

Hier is Zorra.

Toen ik gisteren mijn tas had meegegeven aan iemand die ik pas later op de dag weer zou zien en dus geen sleutels en mobiel bij mij had en daarom dus voor een dichte deur stond, ben ik op het vensterbankje in de voortuin gaan zitten wachten op verlossing.
Wat mij toen weer opviel, zoals wel vaker als ik wat langer in de tuin zit/kijk, was dat er ineens overal vogels bleken te zitten. Ik vroeg me toen af of de relatie tussen stille menselijke aanwezigheid ook gerelateerd kon zijn aan het feit dat er ineens mee vogels dan ‘normaal’ zaten. Zorra, onze leucistische vrouwtjesmerel die dus een soort Zorrobril van witte veren opheeft, kwam ineens uit de bosjes te voorschijn. Met een schuin oog bleef ze me aanstaren, maar ging rustig door met foerageren. Vanaf de overkant kwamen Pimpelmezen en een Zwarte Kraai vloog over. En ze kwamen steeds dichterbij was mijn gevoel. Zingende Spreeuwen aan de overkant van de straat, en een roffelende Grote Bonte Specht.

Na een zit van een half uur vond ik het wel best en ging ik zelf de verlossing (lees huissteutels) maar opzoeken. Ook in de stad is vogels kijken interessant. De soorten zijn misschien niet spectaculair, maar het dagelijkse gedrag is minstens zo spannend.

Zelfs in de stad.

De Vogelsonar

Het fenomeen van het vogelgehoor

Mij valt altijd op dat niet-vogelaars vogels ook daadwerkelijk niet horen. Je moet ze echt ertoe aanzetten om te gaan luisteren, voordat ze het geluid horen. Bij mij gaat dat automatisch. Op een terras, op de fiets naar school, op het schoolplein… Overal hoor ik vogels. De Koolmezen en die zeurende Groenling daar in de top van die boom. Zeker als je het veld ingaat, dan gaat je gehoor echt op scherp. Elk twietje en tipje hoor je dan en je lokaliseert de vogel zo snel mogelijk, voordat hij weer weg vliegt. Maar als jij dan op het terras omhoog zit te kijken, kijkt er niemand mee. Of als je plots op je rem trapt, kijkt mijn medefietsgenoot me altijd raar aan. “Hoor je dat dan niet?” vraag ik altijd. Ze schudt meestal meewarig het hoofd. Nee, dus. Ze hoorde dat spannende tsjilpje niet.

Haar verlies, denk ik dan altijd. Het was heel spannend, hoor!

Mijn besmetting met het Vogelvirus.

Mijn eerste post op het blog. Waar moet die nou over gaan? Ik zal dan ook maar beginnen bij het begin.
Hoe ben ik nou een vogelaar geworden?

Ik ben van mening dat vogelen wordt veroorzaakt door een virussen of ziektes. Sommige vogelaars hebben vanaf hun geboorte al een genetische afwijking, maar bij de meeste treedt het virus pas later in werking, zoals Parkinson* of reuma. Dit lijkt een heftige vergelijking, maar als je eenmaal besmet bent met het Vogelvirus heb je een constante stroom antibiotica nodig, zoals een junkie constant high moet raken. De antibiotica zijn in dit geval de vogels. En het liefst hele zeldzame! Dat werkt het verslavendst en het best om het Virus een tijd weer te onderdrukken. Het gevaar zit hem alleen juist in die zeldzame vogels. Een vogelaar verandert dan razendsnel in een monster en die moet en zal de desbetreffende vogel dan zien. Want het vooruitzicht een geweldige Dwerguil of een Marmereend te moeten missen, daar ligt een vogelaar dagen wakker van. Ook het binnenkomen van meldingen van bekenden werkt erg slecht op de nachtrust en op het dagelijks leven van deze persoon. Er zijn natuurlijk gewoon verplichtingen die voor alle mensen gelden, zo ook voor vogelaars. Een ontdekking van een zeldzaamheid brengt daar wel verandering in. De vogelaar gaat nadenken of hij zich niet ziek kan melden, ergens het openbaar vervoer kan nemen, of toch niet wat lessen kan verschuiven. Ook het meenemen van kinderen kan een oplossing zijn om toch die Geelsnavelduiker of Kleine Trap te kunnen zien.

Dat zijn dus de problemen waar vogelaars, vooral twitchende vogelaars, mee moeten dealen.